Manuele instellingen in een notendop

Hoewel er tegenwoordig een breed aanbod aan goede kwaliteit compactcamera's op de markt is, hoor ik van veel mensen dat ze toch graag zelf nog eens meer willen leren over de manuele instellingen.

Er zijn natuurlijk al heel wat websites en topics die hier aandacht aan besteden, maar hieronder leg ik je in het kort uit waar de meest gebruikte instellingen voor bedoeld zijn en wat het effect is als je ze aanpast. Bij deze uitleg gaan we er voor het gemak even vanuit dat andere instellingen hetzelfde blijven.

Ik moet erbij zeggen dat het natuurlijk lastig is om in één geschreven post duidelijk te maken hoe de balans tussen de instellingen, die leiden tot een goed belicht beeld, toegepast moeten worden in verschillende (licht)situaties. Maar oefening baart kunst! Dus schroom niet: Pak je camera en ga op pad!


SLUITERTIJD

Wat? 
Je moet je voorstellen dat aan de binnenkant van je camera een soort 'gordijntje' gebouwd is, die voor een fractie van een seconde open gaat op het moment dat je een foto maakt. Hoe lang je camera dit gordijntje open moet zetten geef je aan met de sluitertijd.

Hoe? De vuistregel is dat je onder 1/30 van een seconde niet meer uit je hand zou kunnen fotograferen voor een scherpe foto, maar in de praktijk is dit al erg lang. Zelf kom ik, tenzij ik flitsers gebruik, liever niet onder de 1/100 sec. En bij voorkeur gebruik ik zelfs minimaal 1/125.
Hoe korter je sluitertijd, hoe groter het 'bevries'-effect van een beweging en hoe donkerder je foto (het deurtje gaat steeds korter open). Bij een langere sluitertijd wordt je foto in principe lichter maar wordt de kans op een bewogen foto ook groter.


DIAFRAGMA

Wat? Dit betreft de opening in de lens van je camera. Ook dit is een soort gordijn, maar dan in een ronde vorm. Je kunt je voorstellen; hoe groter de opening, hoe meer licht er binnen komt.

Hoe? Door het diafragmagetal in te stellen laat je de camera niet weten hoe lang, maar hoe ver hij dit gordijntje open moet zetten. Hoe lager het getal, hoe groter de opening, dus hoe lichter de foto. 

Een breinbreker: Er bestaat een veel gemaakte misopvatting over scherptediepte. Men zegt vaak een grote scherptediepte te willen. Daarmee wordt in de meeste gevallen bedoeld dat de voorgrond scherp moet zijn en de achtergrond onscherp.
In werkelijkheid betekent een grote scherptediepte dat een groot deel van de foto scherp is. Hiervoor gebruik je een hoog diafragma getal wat ervoor zorgt dat de opening in de camera kleiner is. (Are you still with me?)

Kortom: Moet je een (grotere) groep mensen fotograferen, gebruik dan een hoog diafragmagetal. Dit betekent in veel gevallen wel dat je de sluitertijd zult moeten verlengen of de ISO-waarde zult moeten verhogen voor een goed belichte foto. Heb je slechts één onderwerp en wil je een onscherpe achtergrond, kies dan voor een laag diafragmagetal. Dit betekent dat de opening in je lens groter wordt en dus zul je de sluitertijd moeten verkorten of de ISO-waarde naar beneden bij moeten stellen om een goed belichte foto als resultaat te krijgen.


ISO-WAARDE

Wat? Deze instelling staat voor lichtgevoeligheid en is de laatste instelling in je camera die de belichting van je foto beïnvloedt.

Hoe? Des te hoger het ISO-getal, des te lichter je foto. In donkerdere situaties is dit een handige tool. Let echter wel op, met een hoger ISO-getal neemt de ruis (korrel) in je beeld ook toe. Je zou zeggen dat dit een mooi effect kan geven, maar helaas is het niet te vergelijken met de analoge korrel, die wel degelijk karakter aan een beeld toevoegt. Een hoge ISO-waarde gaat meestal ten koste van de kwaliteit van je beeld. Ga er dus voorzichtig mee om. Een ISO t/m 640 gaat meestal nog aardig is mijn ervaring, maar daarboven neemt de kwaliteit meestal snel af (met uitzondering van de professionele modellen).


WITBALANS

Wat? Licht kent een bepaalde temperatuur. Dit drukken we in fotografie uit in 'graden Kelvin'. Daglicht heeft doorgaans een temperatuur van 5500 graden Kelvin.

Hoe? Zeker in het begin kun je nog gebruik maken van de voorinstellingen in je camera. Meestal zijn er al aparte standen voor bijv. daglicht, TL-licht en kunstlicht voorgeprogrammeerd. Wanneer je al wat verder bent met fotograferen kun je de witbalans van je camera zelf instellen. Dit kan met behulp van een kleurenkaart of met de stand 'K'. Het is voor de hand liggend, maar hoe lager de temperatuur, hoe koeler je beeld. De witbalans kun je achteraf ook nog gemakkelijk bijstellen in Photoshop, maar ik zou wel aanraden er al enige rekening mee te houden tijdens het fotograferen.


Dit waren de belangrijkste instellingen die je nodig hebt om in de manuele stand een goed belichte foto te kunnen maken. Deel hieronder zeker even je resultaten als je er wat aan hebt gehad of wellicht nog vragen hebt.

Go for it!

 

Illustrations | Marie Bodie